PLAY

Akkoorden

Akkoord-diagrammen lezen

Een akkoord-diagram is een mini-kaart van de eerste paar frets van je gitaar. Eenmaal je 'm kunt lezen, kun je elk akkoord ter wereld uit een diagram pakken — zonder dat iemand het je hoeft voor te doen.

01 — Anatomie

Wat zie je in het diagram?

Stel je voor dat je je gitaar voor je houdt met de hals naar boven. Dat is precies wat het diagram laat zien — zo zie je je eigen gitaar als je naar beneden kijkt tijdens het spelen.

C×321
  • Verticale lijnen = snaren — van links naar rechts: lage E, A, D, G, B, hoge e (van dik naar dun).
  • Horizontale lijnen = frets — de strepen op je gitaarhals. Boven is dichter bij de kop.
  • Stippen = je vingers — hier druk je de snaar in. Soms staat er een vinger-nummer in.
  • ○ boven een snaar = open snaar — niet indrukken, wel aanslaan.
  • × boven een snaar = mute — deze snaar sla je niet aan (of dempt je met je vinger).

02 — Vingers

Welke vinger doet wat?

De cijfers in de stippen vertellen je welke vinger je gebruikt. Het is geen wet — als een ander vingerzet voor jou prettiger speelt, doe dat. De getoonde vingerzetting is wel meestal de meest praktische, vooral voor wisselen tussen akkoorden.

1

Wijsvinger

2

Middelvinger

3

Ringvinger

4

Pink

Je duim hoort meestal achter de hals te zitten als steun. Voor sommige stijlen (bv. blues of folk) wordt de duim gebruikt om de lage E in te drukken — dat is een vergevorderde techniek.

03 — De nut

De dikke balk bovenaan

E231

De dikke streep helemaal boven heet de nut — de scheiding tussen de kop van je gitaar en je hals. Als die nut in het diagram staat, betekent het dat je vingers in de eerste paar frets zitten: dichtbij de kop.

Open snaren (○) klinken precies omdat ze tegen die nut blijven hangen — de snaar wordt nergens ingedrukt.

04 — Verderop

Akkoorden hoger op de hals

Gm3134111

Sommige akkoorden zitten niet in de eerste vier frets. In dat geval verdwijnt de dikke nut-balk en zie je een klein cijfer links van het diagram. Dat is de fret waarop het diagram begint.

Bij Gm hierboven staat 3 — wat betekent: het patroon zit op fret 3 t/m 7. Niet bij de kop.

05 — Barré

De balk over meerdere snaren

F134211

Zie je een dikke balk die meerdere snaren overspant? Dat is een barré. Je wijsvinger ligt plat over die hele fret en drukt alle snaren tegelijk in.

Barré is voor veel beginners de eerste echte hindernis. Tip: kantel je wijsvinger iets richting de kop van je gitaar — de harde zijkant drukt beter dan de vlakke onderkant. En oefen maar 30 seconden per keer; meer is alleen maar pijn zonder winst.

06 — Voorbeelden

Een paar akkoorden onder de loep

Hieronder zes diagrammen die je tegenkomt in liedjes op deze site. Probeer per akkoord uit te lezen wat erin staat voordat je de beschrijving leest.

G324

Klassieke open G — drie vingers, geen mute. Veelgebruikt in folk en pop.

Am×231

Am — drie vingers in de tweede fret. Lage E mute met de zijkant van je middelvinger.

D/F#×1243

Slash-akkoord: D met F# als laagste toon. Druk de lage E op fret 2 met je duim of wijsvinger.

Cmaj7×32

Cmaj7 — gewoon C zonder de wijsvinger. Klinkt 'jazzy' en is makkelijker dan een normale C.

Dsus4××123

Variatie op D — extra vinger op de hoge e geeft een onopgeloste, hangende klank.

B×12341

Barré-akkoord op fret 2. Niet makkelijk, maar onmisbaar in toonsoorten als E en A.

07 — Praktisch

Tips uit de praktijk

  • Druk vlak achter de fret

    Druk je vingertop niet op de fret zelf en niet ver erachter, maar net er vóór. Dat geeft de helderste klank met de minste kracht.

  • Vingertoppen recht

    Houd je vingers zo recht mogelijk — de toppen druk je met de punt in, niet plat. Anders raak je per ongeluk de buur-snaren.

  • Korte oefenrondjes

    Bij barré-akkoorden: 30 seconden oefenen, 30 seconden rust. Anders bouwt vermoeidheid op en sluip je een verkeerde houding aan.

  • Pijn na 1-2 weken weg

    Vingertoppen worden wat harder en de pijn neemt af. Krijg je nog na een maand sterke pijn? Dan staan je vingers waarschijnlijk verkeerd. Stuur ons een video — we kijken mee.

Pas het meteen toe

Pak een akkoorden-liedje en zoek de diagrammen erbij. Eerst spelen, dan strummen, dan meezingen.