Leer de akkoorden van Vrijgezel van Boudewijn de Groot op Gitaartabs. Dit klassieke nederpop-nummer is perfect voor gitaristen die net beginnen en hun eerste akkoorden onder de vingers willen krijgen.
Met een beginner-niveau en slechts vier akkoorden — D, A, G en Bm — is Vrijgezel ideaal om je basiskennis uit te breiden. Je speelt het nummer in akkoordnotatie, zonder capo, zodat je meteen aan de slag kunt. Dit live-optreden van het album Een Hele Tour uit 1997 laat zien hoe mooi eenvoud kan klinken. Pak je gitaar en speel mee.
Transponeren
Toon: 0
Snelheid4
Akkoorden in dit liedje
Vrijgezel
DADG
Er was een tijd voor ik je kende dat ik leeg, maar vol ellende
DBmEmA
vloekend op de hele bende in een kroeg te wachten zat.
DADG
Tot het meisje van mijn dromen op een dag voorbij zou komen
DBmA7D
en ik liet mijn tranen stromen als ik weer een kater had.
ADGA
En dat mijn geliefde vrienden, waarmee ik de muzen diende
DBmEA
en geen rooie cent verdiende ook al had ik nee gezegd.
DADG
's Avonds aan kwamen gelopen om een praatje aan te knopen
BmGAD
en dan 's morgens straalbezopen op de stoep werden gelegd.
Er was een tijd dat ik het meeste te vertellen had op feesten
waar ik met verlichte geesten vaak de politiek besprak.
Waarin wij ons nooit vergisten mensen die het beter wisten
waren allemaal fascisten die het die het aan verstand ontbrak.
Toen ik naar mijn navel staarde en mij communist verklaarde
en met alle andere waarden op de bom te wachten zat.
Toen die maar niet wilde vallen hoorde men al spoedig lallen
en we lagen met z'n allen wereldvredig op de mat.
In die tijd kon ik de vrouwen met een kennersoog beschouwen
en ik wilde nimmer trouwen want dat kwam me niet van pas.
'K wilde enkel samenwonen met een zwart geklede schone
om de burgerij te tonen hoe ruimdenkend ik wel was.
Maar het was niet te vermijden dat ik eenzaam was bij tijden
zo dat ik vertwijfeld vrijde met een meisje van ballet.
Welke schoonheid snel verdorde 's morgens bij het wakker worden
met de beuken op de borden en de kruimels in het bed.
Op en dag kwam ik jou tegen lief en klein en zo verlegen
druipen din de lenteregen in de grote vreemde stad.
Jij wist niets van provoceren en je wild eme bekeren
en ik liet me alles leren als ik maar jou liefde had.
Nu zit ik de krant te lezen en een burgerman te wezen
ik hoef geen hinger meer te vrezen maar toch denk ik soms met spijt.
Aan de tijd voor ik jou kende aan de vrolijke ellende